Talent

“Ik was als jongvolwassene heel erg geïntimideerd door jou”
“he, waarom?..”
“..je was altijd, bent zo goed in leven, in het bestaan, jezelf, je omgeving nemen zoals ze zijn. Als het allemaal tegen zit is een praktische oplossing het enige dat je nodig hebt. Ik vond dat ik ook zo moest zijn, en dat kon ik niet, kan ik nog steeds niet, tot niet zo heel lang geleden voelde dat als een ernstig en onvergefelijk falen”
“oh ja dat begrijp ik wel”

Telefoongesprekje met mijn moeder.

Mijn rug is een klein beetje rechter nu, ik weet hoe ik mezelf in de ogen moet kijken – soms – en wat ik zie doet heel af en toe niet zo veel pijn meer. Het blijft onhaalbaar, mijn talent is ergens in de donkere peilloze diepte. Ik heb geen flauw idee wat het is, of er überhaupt iets is, maar het is zeker daar en nog veel zekerder niet luchtig en opgewekt in het leven staan. Ik sta heel even stevig in mijn schoenen als mijn strubbelingen een voor iedereen zichtbare en herkenbare oorzaak hebben maar blijf eenzaam, verloren, in de knoop met alles ook als het eigenlijk best goed gaat. En dat is niet erg meer, het is niet makkelijk of leuk maar het is ook niet erg. Dit is hoe leven zich door mij uit, en zoals alles heeft ook dit zijn plaats. Dat helpt, intimiderend wordt langzaam schoonheid.

Welkom

Ze heeft een week lang boven mijn hoofd op mijn kussen geslapen, op geen enkele manier konden we haar daar ‘s nachts wegkrijgen, in elk geval niet voor lang. Mijn nek had nogal te lijden onder het feit dat ze de helft van het kussen ‘bezette’  en uiteindelijk heb ik uit wanhoop maar een kussentje van de bank op mijn nachtkastje gelegd. Proberen kan geen kwaad immers. Dat bleek ook voor poes Binkie de ultieme oplossing, ze co-slaapt nu op mijn nachtkastje en het lijkt erop alsof dat voorlopig haar plek in huis is.

Toen ik zes jaar geleden bij Lief introk had hij twee katten, een poes Tine en een kater Boefje. Om diverse redenen was het heel erg moeilijk om mijn draai te vinden en in al het geworstel en gezoek kon alleen Tine mij het gevoel geven dat ik echt welkom was en dat het allemaal heus goed zou komen. Vanaf de eerste dag adopteerde ze mij als haar schoot. Overal, altijd, waar ik ook ging zitten. Inmiddels zijn Boefje en Tine er niet meer en maken poes Binkie en kater Stippel de dienst uit hier in huis. En alhoewel alles inmiddels een stuk rustiger is, mijn worstelingen met het leven in ieder geval niet meer te maken hebben met de plek waar ik ben en met wie, voel ik me bij vlagen nog heel erg ontheemd. En het is opnieuw de poes in huis die als geen ander ‘welkom’ zegt. Als ze zich luid spinnend naast mijn hoofd nestelt, als ze elke keer als ik ‘s nachts mijn ogen even open altijd nog steeds daar is en als ze als ik wakker lig af en toe heel voorzichtig en teder met plukjes van mijn haar ligt te spelen….

Leeftijd

Toen ik een kind was kon ik maar niet geloven dat als ik mijn moeder, vader, grootmoeder, tante entc.. kortom als ik de grote mensen vroeg hoe oud ze waren dat ze die kennis in meer dan de helft van de gevalen niet voortdurend ergens in de voorhoede van hun bewustzijn hadden. Niet dat ze het niet wisten (dat ook, soms) maar er moest altijd nagedacht of teruggerekend worden en soms maakte iemand zelfs een vergissing. Ik snapte er niets van. Leeftijd was een gewichtig ding dat helemaal van mij was, dat ik begreep en overzag en onomstotelijk waar was. Daarom wist ik het altijd. Ik ben 9 jaar oud punt.
Het heeft heel snel dat gewicht verloren maar dat je over je leeftijd zou moeten nadenken heb ik nooit goed begrepen.
Tot vandaag een meisje op straat wilde weten hoe oud ik was en ik toch even goed moest nadenken of het nou 34, 35 of 36 was.

De Berg

Misschien komt het deels doordat wat mijn zomervakantie had moeten zijn volledig werd opgeslokt door van alles dat in ieder geval in de verste verte niet op ontspanning en uitrusten leek, of misschien heb ik hier vooral ook een grens gevonden die ik niet kende. Ik ben uitgeput (dat is niet nieuw) en heb er ook een beetje genoeg van (dat is nieuw). Naar school gaan. Boekbinden is fijn, nieuwe dingen leren is ook heel fijn maar voor mij op dit moment is het tempo niet fijn, het stramien, het moeten. Vorig schooljaar had ik nauwelijks tijd of energie om aan iets anders te denken, dit jaar adem ik alleen nog maar boekbinden, dat is een ‘whole new kind of’ slopend. Al mijn valkuilen liggen naadloos op ene rijtje voor me, er om- of overheen is eigenlijk onmogelijk.
En het is niet zo dat ik perse allerlei andere dingen wil doen, waarschijnlijk juist niet. Maar de dwingende noodzaak om door te gaan ook als het even een week, of twee, of een maand, of desnoods drie maanden allemaal gewoon niet lukt wegens stuk lijf. En ja die noodzaak is dwingend, ik kan er niet nog een jaar aan vast plakken, ook niet als dat zou betekenen dat het nu wat rustiger zou kunnen. Zo werkt het dan weer niet. Helaas. De zekerheid dat het eindig is, dat ik precies weet wanneer het – al dan niet succesvol – eindigt houdt me een klein beetje op de been.
Het is goed zo, dit is iets dat ik mijn halve leven al wilde doen. Nog steeds heel graag wil doen. En het is het waard, voor het eerst ooit is wat ik doe het waard. Als je jaar in jaar uit elke dag hoofdzakelijk moe en ziek bent en zelfs de kleinste onderneming of inspanning altijd genadeloos wordt afgestraft dan kun je niet anders dan iets helemaal opgeven of ver over je grenzen gaan om het toch te doen. En dus moet het wel goed zijn. Ondanks het fysieke leed en mede daaruit voortvloeiende gevoel van wanhoop dat wat ik aan het doen ben nooit zal lukken (probeer maar eens in een korte tijd helemaal nieuwe soms zeer ingewikkelde en precieze vaardigheden aan te leren met een lijf dat zich gedraagt alsof het wordt belaagd door een flinke griep. Weinig is zo ontmoedigend).
Ik ben begin dit jaar iets opener geweest over mijn ‘fysieke toestand’ dan vorig jaar, nood breekt wet soms. Maar het is één ding om mensen te vertellen dat ik het vaak maar-net-of-eigenlijk-niet red, het is totaal iets anders om me daar in de dagelijkse praktijk dan ook werkelijk op te beroepen als dat nodig is. Ik raak overspannen als mensen die ik verteld heb dat er nu even nergens plek voor is me toch opeisen, maar welwillende mensen die oprecht menen dat ‘als jij voelt dat het niet gaat dan is dat zo’ zijn nog veel moeilijker om me om te gaan.

Nog maar 4 maanden te gaan…

“I shall pass this way but once; any good that I can do or any kindness I can show to any human being; let me do it now. Let me not defer nor neglect it, for I shall not pass this way again.”

Etienne de Grellet

…so simple and few

Dierbare J.

Ik kwam onlangs iets tegen dat je recentelijk had geschreven, het was maar heel klein maar bracht gelijk een warm gevoel van herkenning in mij teweeg. Je bent zo trouw aan jezelf gebleven. Ik moet eerlijk bekennen dat ik heel af en toe wel eens het internet afspeur naar een teken van leven. Nooit erg grondig hoor. Nostalgie of weemoed, het overvalt me maar is zacht en vluchtig en verlangt niets. Alleen wat nieuwsgierigheid. Heel soms speel ik met de gedachte om je weer eens te schrijven. Maar ik heb niet echt iets nieuws te vertellen sinds ons laatste echte gesprekje (dat is natuurlijk een leugen maar het voelt wel zo) en ik herinner me vooral hoeveel we elkaar toen niet meer te zeggen hadden. Misschien, waarschijnlijk, valt alles dat ik je zou willen schrijven direct uiteen. Het is er nog wel. Hart, ziel, weet ik veel. In ieder geval voel ik het bij vlagen nog sterk, dat we op een of andere manier samen op deze wereld zijn. Ik heb die zin een paar keer herschreven. Het is zo moeilijk om op een gepaste manier uit te drukken, ook omdat er potentieel zo veel mensen over mijn schouder meelezen. Samen heeft niet echt iets met intermenselijke relaties te maken, daarvan was er nooit veel, Toch? Maar we zijn kinderen van onze tijd op een manier die ik in weinig anderen heb herkend. Kinderen van een heel andere tijd, ook, vooral. Zo misschien? Wellicht ervaar jij niets van dit alles, toch geloof ik dat je het wel voelt. Hebt gevoeld op z’n minst. Niet dat dat heel erg belangrijk is.
Ik mis onze gesprekken van lang geleden, de laatste tijd weer veel vaker. De onderwerpen zouden me nu niet zo veel zeggen maar daar ging het ook niet echt om toch? Ik mis hoe we met onze voeten diep in de aardse modder luchtkastelen bouwde.
Soms is het lastig om dat deel van mezelf in mijn eentje overeind te houden, de dromer.
Ik mis je een beetje als eenvoudig mens, dat ook. Het is jammer dat in mij alles zo heel erg lang alleen maar heel moeilijk en zwaar was. Niet dat ik het mezelf nog aanreken, ik kon daar net zo min iets aan doen als wie dan ook. Maar het is wel jammer. Meer lucht en bewegingsvrijheid en wie weet was het een fijne ongedwongen vriendschap geworden… Dat schrijf ik nu wel maar in de realiteit ben ik totaal waardeloos met vriendschappen, ik raak mezelf er op een of andere manier in kwijt, altijd. Dus nee, dat was misschien ook niets geworden. Maar een mens mag af en toe dromen over ‘wat als’ toch?

Hopelijk gaat het jou en de jouwen goed.

veel liefs
L.

Betrapt

Ooit ben ik op een pieterman gestapt. Denk ik tenminste. Behalve kwallen is het voor zover ik kan achterhalen de enige giftige diersoort die zich in onze kustwateren begeeft. En dat het giftig was weet ik vrij zeker. We waren aan het strand en nogal diep in het water afgedwaald om een of ander balspel te doen, ik stapte op iets pijnlijks en ben zonder veel te zeggen naar ‘ons plekje’ op het strand gestrompeld waar ik vervolgens ruim een half uur in de brandende zon ijskoud lag te zijn, rillerig, zweten, benauwd, licht in mijn hoofd. De pijn in mijn voet werd steeds erger en kroop op langs mijn been. Achteraf was het misschien niet onverstandig geweest om een beetje verder te strompelen naar de ehbo post, maar wist ik veel. Er iets van zeggen tegen mijn vader of andere aanwezigen dat deed ik als kind gewoon niet. En och, toen iedereen uit het water en opgedroogd zover was om naar huis te gaan kon ik wel weer gewoon meehobbelen. Vier dagen met een grieperig lijf en drie weken lang de bewuste voet volledig ontzien wegens zwelling en veel pijn later was alles weer normaal.
Heel lang heb ik helemaal niet geweten wat er precies was gebeurd en heeft het in mijn herinnering geleefd als iets dat gewoon een keer was voorgevallen. Tot iemand anders mij vertelde over haar ‘pieterman ervaring’. Ruim tien jaar ‘after the fact’. En pas sinds ik vrijwel zeker weet dat ik op een vis ben gaan staan durf ik eigenlijk de zee niet meer in. Meer specifiek durf ik niet meer in zee te lopen, zwemmen is geen enkel probleem, maar ja…
Ik ben niet bang voor wat stekels en een beetje gif in mijn voet, maar het idee dat ik weer boven op een vis zou kunnen gaan staan is diep in mijn bewustzijn gegrift en vervult me met afschuw. Zoals ik ook nooit moeite had met grote spinnen die in de herfst ‘s nachts voor mijn voeten langs door het huis rennen tot ik er eentje in het donker niet zag – hij/zij mij ook niet – en per ongeluk vermorzelde. Terwijl ik helemaal niet angstig ben wat betreft beestjes en beesten is het op een of andere manier een ding in mijn hoofd, het idee dat je per ongeluk op een beest gaat staan en het dan misschien wel stuk zou kunnen maken.

En dat het voor – tegen – irreële angsten zinvol is om de situatie beter te begrijpen is in ieder geval voor mij niet van toepassing. Wat niet weet dat niet deert komt dichter in de buurt.

Þú ert sólin

Liefste,

Een brief. Een openbare brief nota bene. En eentje die je wel-of-niet leest afhankelijk van of je wel-of-niet leest wat ik hier schrijf. Weet ik niet eens, maakt me ook niet uit.
Waarom?
Niet omdat de hele wereld moet weten wat ik je wil vertellen, niet omdat het onbelangrijk is en niet omdat ik het je niet persoonlijk durf te vertellen.
Misschien ook weer juist omdat het zo onbelangrijk is.
Het is de afgelopen vijf-en-een-half jaar voor mij vaak een groot en diep zoeken geweest, niet naar de liefde, of naar de overtuiging dat wij samen kloppen. In mijn meer mystieke buien ben ik er heilig van overtuigd dat dat al glashelder was lang voordat we elkaar ontmoetten. Dat wij kloppen, dat ik van je houd. Maar contact maken en een emotionele band voelen is niet vanzelfsprekend. Omdat ik ben wie ik ben, en vooral omdat jij bent wie je bent. Ik heb daar heel erg mee geworsteld, een worsteling die waarschijnlijk onverminderd doorgaat tot het einde der tijden (onze tijd dan toch, en is dat niet eigenlijk hetzelfde?). Jij schijnbaar beduidend minder. Gelukkig maar.
Een mens kan veel leren, héél veel. Leren en eigen maken. Maar leren lost niet alles op. Het maakt niet uit hoeveel we praten, of niet praten, uitleggen, intelligentie doet er niet toe, dat we elkaar intellectueel altijd moeiteloos weten te vinden. Overal. Dat ons gevoel voor humor en rechtvaardigheid naadloos op elkaar aansluit. Het heeft geen enkele invloed op de totale vervreemding die ik af en toe ervaar. Op delen van ons pad is er een glazen wand waar ik nauwelijks doorheen kan kijken. Het vraagt Groot Vertrouwen, dat we gelijke tred houden, dat je er nog zal zijn als de wand weer even verdwijnt. Het is een vervreemding die veel basaler is dan de ‘normale’ afgescheidenheid tussen alle mensen, maar dat hoef ik jou niet uit te leggen.
Dat jij een vergelijkbare vervreemding ervaart, veel breder en bijna overal waar het leven je heen brengt, dat weet ik, maar ik kan nog steeds helemaal niet inschatten of je die ten opzichte van mij ervaart, op dezelfde momenten als ik, op dezelfde manier als ik. Wel heb ik geleerd dat de diepste meest intieme verbinding ontstaat niet als ik blijf zoeken naar een ingang maar als ik me volledig onderdompel in mijn eigen wanhopige verwarring.
En daarom is het volstrekt onbelangrijk wat ik je wil zeggen. De grootste meest persoonlijke liefde voor jou is niet in wat we voor elkaar betekenen, maar huist in vervreemding waarvoor geen enkele troost of oplossing bestaat. En dat we daarin, daarmee moeiteloos en liefdevol samenleven.
En dus een open brief, die ik je niet eens geef, het is bijna het uitspreken niet waard. Maar ik wil het toch ergens zeggen, en omdat iedereen eigenlijk hetzelfde is als niemand…

Þú ert sólin – jij bent de zon (ijslands omdat ik de tekentjes zo mooi vind, en omdat er een mooi stukje muziek met die titel is). Je hebt een natuurlijke warmte over je, vaak heb je daar zelf vooral last van omdat je helemaal niet zit te wachten op mensen die zich daarin koesteren. Gelukkig ben ik welkom, altijd. Maar meer dan warmte is het licht, je maakt dat ik bij jou, met jou het volle daglicht kan verdragen. Mijn naakte lichaam en vooral ook mijn naakte hart midden op de dag als er nergens een schaduw te bekennen valt. Ik geef nog steeds de voorkeur aan schemering, want dat is mijn natuurlijke habitat. Zoals ik ook liever toch iets aantrek. Maar ik hoef niets te verbergen om overeind te blijven. Dat doe jij, en alleen jij. Er zijn geen woorden, er is zelfs geen aanraking die uitdrukt hoeveel dat betekent.
Ik bewonder je, omdat je zo goed bent in leven. Je leeft jouw leven, verlangt niet van jezelf dat je anders bent. Je kent je kracht en hebt geen enkele moeite om die te laten zien, je kent je eigen zwakheden en leeft met ze zonder te forceren. Soms trek ik me in het geheim een beetje daaraan op, dat ik naast jou sta, en dat ik daar dan blijkbaar net zo onmisbaar ben als jij voor mij. Soms is dat de enige kracht die ik in mijn eigen spiegelbeeld herken. Je geeft mij een waarde als ik de mijne nergens meer kan vinden.
Dat daglicht waarin ik me van nature niet op mijn gemak voel, dat schijnt bij jou altijd. Alles is zichtbaar en bijna transparant. Geen schaduwen, geen donkere moeilijk te ontwaren hoekjes, niets dat verborgen blijft achter iets anders. Veel ervan begrijp ik niet echt, maar ik kan het altijd zien. En toch is er zo veel diepgang, zo’n rijke wereld dat ik je nog elke dag beter leer kennen. Je bent mooi, helder, warm, licht. Ik wil naast je blijven staan, totdat er nergens meer een sprankje jij of ik te bekennen valt.
Maar dat weet je al lang.

Wikipedia zegt over vandaag het volgende: “7 februari is de 38ste dag van het jaar in de gregoriaanse kalender. Hierna volgen nog 327 dagen (328 dagen in een schrikkeljaar) tot het einde van het jaar.”. Vervolgens staat er een lijstje van dingen die ooit op deze dag gebeurde, maar eigenlijk niets noemenswaardigs, niet op wereldschaal en zeker niet op persoonlijk vlak. Voor ons.. Daar verandert dit jaar eigenlijk niet zo veel aan (dit stukje heb ik vooruit geschreven, wie weet wat er in de tussentijd nog allemaal gebeurt), Ook voor ons niet. Niet echt. Maar stilletjes schrijf ik deze datum op een klein papiertje dat ik ergens dicht bij mijn hart bewaar..

L.

Mag het licht even uit?

Een mens zou, naarmate hij ouder wordt op een of andere manier beter moeten worden. Beter in leven, functioneren, alles op een rijtje hebben etc.. Zo voelt dat tenminste. Misschien is het een klein beetje waar, tot op zekere hoogte. Het is makkelijker geworden om te zeggen dat ik voor iets/iemand even geen ruimte meer heb, om iets te kiezen waar ik behoefte aan heb. Makkelijker, nog steeds moeilijk genoeg.
Maar in werkelijkheid werpt het geheel. Opgroeiend, volwassen worden, zelfvertrouwen ontwikkelen voor mij vooral steeds hogere drempels op. Alsof ik mijn hele leven blindelings door donkere ruimten manoeuvreer waarin ik soms over iets vaags struikel maar wel zo’n beetje de weg ken. En dat er elke keer als er iets op z’n plek terecht komt een nieuwe lamp aangaat die weer iets beter dan voorheen laat zien wat een rampgebied mijn psyche werkelijk is. Eenmaal gezien moet ik er doorheen werken, dat kan niet anders.
En het is niet dat ik ooit verwachtte ‘klaar’ te zijn, de afwas is ook nooit ‘klaar’. Maar zoals na een uitgebreide schoonmaakbeurt de aanrecht op z’n minst heel even schoon en geordend is smacht ik af en toe naar een adempauze. Leven, lot, god heeft anders beschikt en gaat als ik één taak volbracht heb naadloos over in de volgende versnelling…