Al zolang ik me kan herinneren wil ik een grote hond, eigenlijk wilde ik er altijd twee maar als iets zo lang onmogelijk is wordt een mens bescheiden. En het kan nu, eindelijk. Mijn lievelingsras heeft geloof ik ook het hart van hem verovert al vinden we beiden eigenlijk ook dat we in een assiel zouden moeten kijken, maar ik wacht ook al zo lang… die overweging moet dus nog gemaakt worden. En nou ja, eigenlijk kan het bijna. We weten niet zeker of de kat er blij mee zal zijn, en de kat is al erg oud en verdient een mooi comfortabel leven zonder stress en het huidige huis is te klein om de kat plek te bieden om ver-weg van de hond te zijn mocht hij dat willen.
Dus waarschijnlijk niet nu, maar bijna, en dat is best ok, ik kan heus nog wel wat meer geduld opbrengen. Meestal.
We waren onlangs op een verjaardagsfeestje van mijn schoonmoeder en een van haar nichtjes had een hondje bij zich, een klein rashondje dat op geen enkele manier voor mij aantrekkelijk is, maar wel een hond, die zich gedraagt als een hond. En sindsdien is de gekoesterde wens veranderd in een akelig dringend en dwingend verlangen. Ik moet echt een hond! nu! Alleen een hond kan mijn algemene gevoel van welbevinden nog enigszins acceptabel maken. Er is weinig waar ik zo slecht raad mee weet, doorgaans ben ik een gelijkmoedig mens en niet dusdanig aan mijn eigen verlangens onderhevig dat ze alles beheersen en als dat wel zo is dan zijn het meestal hele kleine makkelijk te realiseren dingen.
Zo niet nu.



-oogdruppels, gewoon simpel fysiologisch zout nadat je al een week loopt te ploeteren wegens bouwstof in je toch al overgevoelige ogen
-geurloze amandel-honing creme voor erg droge handen, gezicht en voeten
-’s morgens wakker worden met heerlijk schoon haar omdat je het voor het slapen gaan hebt gewassen
-half uurtje in de volle zon, terwijl het nog niet echt warm is
-door de stromende regen fietsen omdat het niet echt koud is
-7 onafgebroken dagen alleen maar dragelijk lijden, zonder pijnstillers
-papier snijden
-de eerste bospeen van Nederlandse bodem
-avond lang computerspel spelen met fijne mensen en de rest van de wereld vergeten



De gemeente waar ik woon spreekt niet echt tot de verbeelding, de wijk nog minder. De huizen in ons blok zijn dan weer wel leuk, architectonisch - Ik zou er best willen blijven als het anderhalf keer zo groot was – maar om ons heen staat gewoon weer stamdaard nieuwbouw (en verderop spuuglelijke, peperdure villa’s met dubbele carport). Maar verder is het zon’n beetje suburbia in het kwadraat.
Wat ik dan weer uitermate leuk en snoezig vind is dat hier als de temperatuur ook maar enigszins boven de 10 graden celcius uit komt minstens 2 keer per week na schooltijd een ijscoman langs de deuren rijdt, in een vrij ouderwets karretje. Regen, storm, het deert niet. Warm genoeg=ijscoman.



“Dan stuur ik ze toch allemaal, en dan kun je gewoon terugsturen wat jullie niet willen hebben”
“goh, ik bewonder je vertrouwen”

Ik heb maar niet hardop gezegd dat ik de mensen in kwestie helemaal niet vertrouw, dat ik helemaal niemand ooit echt vertrouw, maar dat handelen vanuit wantrouwe veel te vermoeiend is, dat het gewoon zo veel makkelijker is om bij voorbaat te besluiten dat je de eventuele nare consequenties van niet gemeend maar wel getoond vertrouwen accepteert.



Ik ben een beetje een ‘uit chaos komen de mooiste dingen voort’ type. In mijn fantasie lijkt het geweldig om heel opgeruimd en op een leeg werkblad te werken maar steeds als ik dat probeer gaat het niet. Ik heb troep nodig, echte troep. Gelukkig maar want momenteel moet ik mij nog behelpen met veel te weinig plek voor al mijn boekbindgereedschap. Ook als ik opruim is het nog steeds rommelig.
En ik kan altijd die ene naald terugvinden die ik steeds ergens anders neerleg, los, tussen de rommel, het kleinste snippertje papier met aantekeningen zie ik zo weer zelfs als het drie maanden lang overal op, onder en tussen terrecht is gekomen. Maar die 1000 ml lijmpotten, twee, die ben ik altijd kwijt.



Dat we allemaal zitten opgesloten in onze eigen belevingswereld. Tot op zekere hoogte. Van opsluiting is eigenlijk geen sprake. Het is zo iets als zeggen dat we zitten opgesloten in een oneindig, allesomvattend universum. Op een of andere manier wil ik er toch niet helemaal aan, ik wil zo graag geloven dat het mysterie van de ander echt is, iets dat buiten mij valt. En dat we bruggen kunnen bouwen, dat dat ertoe doet. Alles wordt ingewikkelder als je het probeert te formuleren, en misschien ook als je de grote verbanden toepast op dagelijkse realiteit.

Dagelijkse reliteit: Het is grenzeloos pijnlijk om te beseffen dat iemand je echt niet begrijpt, nooit zal begrijpen. Niet met de beste wil van de wereld van beide kanten. Dat die afgescheidenheid wellicht een illusie is maakt het beslist niet minder pijnlijk.

Mijn hele oppervlak keer ik jou toe,
met mijn hele binnenste lig ik afgewend.’

(klik voor het hele gedicht)



De eerste witte klokjes in de lielietje-van-dalen plantage zijn zichtbaar en ik mijmer een beetje over mijn grootmoeder.
Echt nostalgisch ben ik niet, dat wil zeggen dat ik nauwelijks gevoelig ben voor tastbare dingetjes die herinneringen opwekken. Wat ik aan nostalgische gevoelens heb is erg vergeestelijkt, vergeeft u mij de term alstublieft. Met de lelietjes-van-dalen is het niet anders, ik vind het mooie plantjes, het waren mijn grootmoeder’s lievelingsbloemmetjes. Maar dat ze voor mij een soort link naar haar vormen heeft daar niet perse iets mee te maken. Het is meer het idee, dat ze zo welig tierden in haar grote tuin en dat nu met hetzelfde enthousiasme in mijn postzegeltuintje doen, dat iets van de grond waar zijn leefde nu groeit in de grond waar ik leef. Eigenlijk vind ik het net zo leuk dat de klimop waarvan blijkbaar een stuk wortel met het stekje was meegekomen nu ook enthousiast tegen de muur op klimt.
Ik dwaal een beetje af.
Mijmeren over mijn grootmoeder, ze betekende veel, mijn hele leven lang was ze er, zo dichtbij op zo veel verschillende manieren, zij en mijn zus zijn de enige mensen die ik volledige vertrouw, nog steeds. Ze was ook de enige die echt begreep hoe het was, om gewoon eigenlijk liever niet te willen leven, los van omstandigheden. Ze is er op 87 jarige leeftijd heel tevreden en tamelijk gelukkig mee gestorven. En ik heb haar niet één seconde gemist sinds ze dood is, geen traan, geen rouw. Eigenlijk geen enkel intens gevoel. Het is fascinerend hoe een ervaring zo dwars tegen alle cliches en gemeenplaatsen in gaat. Er zijn rationele verklaringen te over, natuurlijk, maar die zeggen niets over de ervaring zelf. En toen ik de delicate witte belletjes bekeek, aan haar dacht, zag ik hoe het plantje met zijn prachte groene bladeren en kleine onopvallende bloempjes ook in vergeestelijkte vorm als een fijne bodembedekker van haar tuin in de mijne terrecht is gekomen. Ik heb 33 jaar moeten leven om ze te zien groeien maar het stekje komt van haar.

Het is helemaal niet erg.

Dat zijn onze lelietjes-van-dalen.



Zijn prioriteiten houden geen rekening met mijn gevoeligheden en persoonlijke demonen. Dat ik het moeilijk vind om hem aan sommige dingen te helpen herinneren maakt niet dat hij ze minder snel of vaak vergeet. Dat iets voor mij van grote invloed en betekenis is maakt niet dat hij het minder snel wegwimpelt als niet belangrijk en van later zorg. Dat gaat voor mij ook op, voor iedereen neem ik aan, mensen zijn over het algemeen egocentrische en egoistische wezens. Er zijn wel gradaties, en hij heeft zijn eigen belevingswereld meer in het middelpunt van de belangstelling staan dan de meeste mensen met wie ik graag optrek. Ik trek graag met hem op.
Zeggen dat het hem niet kwalijk te nemen is impliceert dat kwalijk nemen op een of andere manier wel tot de mogelijkheden behoort. Dat is niet het geval, dit is de situatie zoals die zich voordoet. Daarin is geen rekening gehouden met mij, of met hem.

Ooit had ik een kennis die in dit soort gevallen wijze woorden sprak, dat het niet gaat om hem maar om mijn demonen, dat ik hem dankbaar moet zijn dat hij me op deze wijze de kans biedt om daarmee aan het werk te gaan. Ik werd toen altijd erg ongelukkig van haar, het voelde als een beschuldiging en ze had toch eigenlijk gelijk, soort van, vond ik. Geografisch, in tijd en anderszins zijn we zo ver uit elkaar gedreven dat ik niets eens meer zou weten hoe ik contact met haar op moest nemen, als ik wilde. Maar het zou makkelijker zijn, nu, het gaat niet ‘ergens om’. Niet om hem en ook niet om mijn demonen.



Er is een plekje op mijn schedel, ongeveer 3 centimeter links van mijn kruin (voor de kijkers rechts) , als ik dat aanraak  doet mijn hals aan dezelfde kant pijn, iets lager dan waar mijn schildklier zou moeten zitten. Behoorlijk veel pijn ook.
Ik ben geen specialist meer misschien wel iets meer dan gemiddeld op de hoogte van theorieen omtrent acupressuur (hoeveel waarde ik eraan hecht is een ander verhaal) maar deze kende ik eigenlijk nog niet.



Als we het toch over groeiend en bloeiend goed hebben…
Ik vraag me af uit wat voor zaden de ‘vogelzaad – wintermix’ bestond. Ik had een emmertje vol gekregen aan het begin van de herfst en heb braaf de hele winter zaad gestrooid, maar de vogeltjes waren niet erg enthousiast, ongetwijfeld ergens anders beter voer, en misschien geen kat (de kat doet niet meer dan bijna verliefd naar de vogeltjes kijken en wat miauwen, zoals hij dat naar alles doet dat beweegt en geen mens is, zijn jachtinstict is ernstig defect, maar ik begrijp dat de vogeltjes dat niet weten). Er was nogal wat zaad over dat hier en daar al begon te kiemen dus heb ik het hele emmertje verder maar geleegd boven het postzegeltuitje, en nu heb ik zowaar een wat er nu uitziet als grasveldje, ik ben benieuwd of er ook echt granen tussen zitten of dat de vogeltjes het in de winter volgens de samensteller van de zadenmix maar gewoon moet graszaden moeten doen.