Een mens kan – zo blijkt – moed en enthousiasme verliezen voor iets waar hij toch al onzeker over was. Het kan altijd erger.
Alhoewel het boekbinden zelf me erg na aan het hart ligt, nog steeds, en ik veel dingen heb geleerd die ik zelf niet had kunnen uitvinden, kost de opleiding me alleen maar veel te veel, nog veel meer dan ik bij de start had gevreesd. Een avond per week naar school en wat huiswerk zouden niet het hele leven volledig in beslag moeten nemen, en dat doet het wel. Ik zeg het met enig schuldgevoel jegens mijn medecursisten die allemaal echt heel vriendelijk zijn maar het is niet echt leuk, ik was al nooit goed in klassikaal onderwijs en na ruim 15 jaar niet meer in een klas te hebben gezeten heeft die eigenschap zich uitgekristaliseerd. Wegens de vermoeidheid is het werk dat ik inlever ver beneden mijn eigen standaard, ook als ik de perfectionist in mij negeer. En middelmatig naar de standaard van de opleiding. Alhoewel ik me vooraf had voorgenomen me daar niets van aan te trekken, doet het er toch toe, veel, dat ik weet dat ik (veel) beter kan maar door gebrek aan energie en dus concentratie slordige fouten maak, er is nooit tijd (energie) genoeg om opnieuw te beginnen. In mijn eigen ritme functioneer ik redelijk, en dit is iemand anders’ schema.
Het is me erg tegen gevallen, met babystapjes wekelijks zwaarder.
Begin Juni is de laatste les van dit jaar.
Het werk dat we volgend jaar doen wordt lastiger, minder vergevingsgezind.
En dan moet ik gaan nadenken over of ik doorga, om bovengenoemde redenen, wat persoonlijk geneuzel en een aantal overwegingen die betrekking hebben op mijn directe omgeving en voor u niet van belang zijn is dat niet zomaar een uitgemaakte zaak. Er zijn mensen om mij heen voor wie het telt dat het uiteindelijk een diploma zal opleveren, als ik verder ga, maar dat kan ik niet laten meewegen, als dat telt telt het niveau van mijn werk en als het niveau telt wordt de druk zo groot dat ik het helemaal niet meer vol kan houden. De beslissing houdt me bezig, en het beheerst mijn gedachten.
Of dat deed het.
Inmiddelds is het inschrijfformulier maar weer uitgeprint, en hoop ik dat ik ergens de moed vandaan haal om over mijn ondermaatse prestaties heen te stappen, en ergens de energie vind om uberhaupt iets te presteren, van wat voor niveau dan ook.
Want uiteindelijk is er zo iets vaags als ‘het voelt goed’. Ik heb geen flauw idee waarom want het voelt ook beroerd, fysiek, emotioneel etc.. en alle argumenten voor zijn weinig overtuigend. Maar dieper, hoger, waar dan ook voelt het juist. Dit is waar ik nu hoor te zijn.
Dus we gaan nog een jaartje ploeteren.