Paniek

Soms gaat het een beetje beter. Gaan dingen die vanzelfsprekende zouden moeten zijn ook echt een klein beetje vanzelf. Kun je zo nu en dan ja zeggen als je ja bedoelt en nee als je nee bedoelt. Zonder verlammend schuldgevoel of verpletterende weerstand. Soms kun je energie steken in het ontwarren van interessante complexe vraagstukken omdat het dagelijks leven net iets minder ingewikkelde knopen in je hoofd maakt.
Soms is er iets meer licht, en is alles een beetje zachter.

En dan komt de paniek.
Als ze er achter komen dan betekent beter natuurlijk meteen weer goed. Een beetje betekent alles. En dan wordt het hoog tijd om weer ‘gewoon’ daarnaar te kijken, dat te doen, die kant op te gaan… Zoals het hoort…

Water

Nergens ben je meer op je plek dan hier. Drijvend – soms – maar meestal eindeloos zinken. Dieper, dieper, dieper. Als je longen niet om lucht riepen kwam je waarschijnlijk nooit meer boven. Het is donker, zeker, en hoe dieper je gaat hoe tastbaarder de duisternis. Maar die duisternis is niet onvriendelijk. Ze omhult en koestert. Zo zonder licht om definieerbare vormen en kleuren waar te nemen, steeds meer teruggeworpen op je tastzin wordt alles beweging, Tussen woest en stil, koud en warm, hard en zacht. Terwijl het moeiteloos om alles heen vloeit slijten ongemerkt de scherpe hoeken af. Zonder strijd, zonder te breken of te schuren.
Alleen maar tijd.

Goodbye Hello

Ik deed moeilijke dingen, héle moeilijke dingen. Obstakels overwinnen In Het Groot dingen.
En het was helemaal niet bevrijdend, of lonend. Uiteindelijk deed ik gewoon een ding, had er niet echt plezier van en als ik het opnieuw moest doen zijn de obstakels opnieuw net zo groot, net zo aanwezig. Misschien wel groter.
Niets echt overwonnen, mezelf alleen maar keihard over mijn eigen grenzen geforceerd om maar door dat deurtje te kunnen. Dat staat mooi, klinkt goed. Lijkt een hele prestatie. Doorzetten, volhouden, je over zaken heen zetten.
Ik ben goed in volhouden.
En misschien heb ik die oefening wel even genoeg gedaan. Overdreven. Als de reden om vol te houden eigenlijk vooral de verlammende angst is om teleur te stellen. Als het hoofddoel van doorzetten is de schijn die je probeert op te houden voldoende substantie te geven om geloofwaardig te zijn.
Misschien is het een veel grotere prestatie om met volle overtuiging toe te geven dat het obstakel te groot is. Dat ik er nu niet langs kom. Niet zonder hulp, niet met hulp. Gewoon even niet. Volledig omarmen, niet toch een beetje op de achtergrond blijven volhouden en doorzetten.
Het valt allicht te proberen.

Onderweg naar een leven waar niet elke beweging zich presenteert als een onmogelijke opgave.

Glimlach

Het geluid van de poort die wordt geopend, je ziet zijn silhouette door heet gordijn heen, rammelende sleutels, de schuurdeur, het getik van de fietshaak tegen de tegelmuur, met een doffe klap gaat de schuurdeur dicht, weer rammelende sleutels, het blikken geluid van de brievenbus en dan de sleutel in het slot van de voordeur.
Je hele gezicht verandert even in een glimlach. Onwillekeurig.
Onder het dagelijkse gekeuvel over werk en o zo belangrijke onbenulligheden realiseer je je opeens dat de glimlach voor het eerst ooit helemaal echt was. Zonder gene, zonder lading. Zonder enige betekenis voorbij dat ene moment.

Hands, be still

Aarde

Je zoekt en zoekt en zoekt in de koude natte grond, in het hete zand, tussen het gras, onder stenen.
Overal zoek je naar het anker, de plek waar je kunt staan, mag staan. Het recht om te zijn, te voelen, te denken. Een standpunt. Bewegingsruimte.
En als je vingers besmeurd zijn, verbrand, tot bloedens toe opengehaald. Dan ga je maar gewoon rechtop staan waar je nu eenmaal bent. Omdat ze zeggen dat dat de manier is. Omdat je geen keus meer hebt. Het gaat, regen spoelt het vuil weg, bijna kun je ademhalen, je durft een paar stappen links, rechts, achter, voor… Maar dan is er altijd iets, juist op het moment dat de plek eigen begint te worden, iets dat op hoge poten komt verkondigen dat je daar niet hoort ‘zoek je eigen plek maar’ roept het.
Dus je gaat op je knieën en begint met je nog net niet helemaal geheelde handen opnieuw.

Waar je handen woelen ontkiemt, groeit en bloeit er van alles. Soms kijk je vol bewondering omhoog. Dankbaar voor schoonheid. Maar de aarde heeft nog geen plek geboden waar je lang genoeg kunt blijven om zelf te bloeien. En je zoekt al best lang…

Verstand

Je raakt vaak snel verstrikt in allerlei gedachten. Het is niet eens een clichématig vluchten in ratio maar er zijn er zo veel. Gedachten. En ze zijn vaak lang en complex waardoor je er eindeloos mee bezig bent. En ze zijn benoembaar. Voor de buitenwereld, maar niet in de laatste plaats voor jezelf. Benoembare zaken eisen snel alle aandacht op…
Wat je voelt is soms woest, soms stil, soms chaos, soms zorgvuldig geordend, heel soms schitterend, stralend, licht, vaker loodzwaar en grauw. Wat het altijd is, is diep, peilloos, en reusachtig groot. En het heeft nooit echt een vorm. Als je echt voelt, volledig voelt, ook de stralende dingen, beland je altijd in een inktzwarte duisternis. Er is geen bodem, je kunt altijd dieper en tot nu toe is dieper altijd donkerder, stroperig, steeds moeilijker om te blijven bewegen. Misschien komt er letterlijk geen eind aan. Misschien is er een keiharde kern van helemaal niets. Of er blijkt licht te zijn. Tot nu toe is dieper de enige optie…