Personal Space

Er is een voorzichtigheid die aan argwaan grenst in de manier waarop ze elkaar’s personal space betreden. Elke keer opnieuw.
Ze komen uit hetzelfde nest, opgegroeid in hetzelfde huis, toen samen naar het dierenasiel verhuisd en kwamen daarna samen hier. Zij wast zijn kop regelmatig, hij proeft altijd haar eten voor, soms slapen ze als één bolletje kat in elkaar gedraaid op het voeteneind van het bed. Als de deur open is sluipen ze op op de patio rond als een machtig front tegen alle buurtkatten, vogels en andere beestjes die zich toegang hebben verschaft tot hun territorium. Zij is overduidelijk queen of the hill en bij jaagt als de beste. Al 5 jaar samen.
Maar nog steeds, als de één ergens is en de ander komt aanlopen gaan de oortjes altijd wat platter, de staarten strak tegen de lijfjes en de kopjes omlaag. Er volgt wat gesnuffel, soms een geërgerde tik en dan mag de nieuwkomer meestal wel gewoon erbij liggen, mee-eten, ook vogels kijken…

Opzij

Er is altijd een goede reden om je eigen behoeften en gevoelens even opzij te zetten om plek te maken voor belangrijker, groter, urgenter. Altijd. En de redenen zijn ook altijd moeiteloos te rechtvaardigen, niet alleen dat ze zijn ook echt goed.
Het is ook niet altijd zo belangrijk wat je voelt, echt niet, niets breekt, valt uit elkaar of vergaat als je onderkent wat je voelt, knikt, en gewoon verder gaat.
Je moet wel van ophouden weten,
Als je al je gevoelens en behoeften vanaf het prilste begin behandelt alsof ze er nooit toe doen. Alle energie steekt in simpelweg onderkennen en verder gaan. Dan ben je op een dag zomaar een gapend zwart gat. Langzaam van binnenuit weggebrand uit de structuur van de werkelijkheid. Nergens meer een houvast om opnieuw in te vullen.

Hands, be still

Aarde

Je zoekt en zoekt en zoekt in de koude natte grond, in het hete zand, tussen het gras, onder stenen.
Overal zoek je naar het anker, de plek waar je kunt staan, mag staan. Het recht om te zijn, te voelen, te denken. Een standpunt. Bewegingsruimte.
En als je vingers besmeurd zijn, verbrand, tot bloedens toe opengehaald. Dan ga je maar gewoon rechtop staan waar je nu eenmaal bent. Omdat ze zeggen dat dat de manier is. Omdat je geen keus meer hebt. Het gaat, regen spoelt het vuil weg, bijna kun je ademhalen, je durft een paar stappen links, rechts, achter, voor… Maar dan is er altijd iets, juist op het moment dat de plek eigen begint te worden, iets dat op hoge poten komt verkondigen dat je daar niet hoort ‘zoek je eigen plek maar’ roept het.
Dus je gaat op je knieën en begint met je nog net niet helemaal geheelde handen opnieuw.

Waar je handen woelen ontkiemt, groeit en bloeit er van alles. Soms kijk je vol bewondering omhoog. Dankbaar voor schoonheid. Maar de aarde heeft nog geen plek geboden waar je lang genoeg kunt blijven om zelf te bloeien. En je zoekt al best lang…

Verstand

Je raakt vaak snel verstrikt in allerlei gedachten. Het is niet eens een clichématig vluchten in ratio maar er zijn er zo veel. Gedachten. En ze zijn vaak lang en complex waardoor je er eindeloos mee bezig bent. En ze zijn benoembaar. Voor de buitenwereld, maar niet in de laatste plaats voor jezelf. Benoembare zaken eisen snel alle aandacht op…
Wat je voelt is soms woest, soms stil, soms chaos, soms zorgvuldig geordend, heel soms schitterend, stralend, licht, vaker loodzwaar en grauw. Wat het altijd is, is diep, peilloos, en reusachtig groot. En het heeft nooit echt een vorm. Als je echt voelt, volledig voelt, ook de stralende dingen, beland je altijd in een inktzwarte duisternis. Er is geen bodem, je kunt altijd dieper en tot nu toe is dieper altijd donkerder, stroperig, steeds moeilijker om te blijven bewegen. Misschien komt er letterlijk geen eind aan. Misschien is er een keiharde kern van helemaal niets. Of er blijkt licht te zijn. Tot nu toe is dieper de enige optie…

Evenwicht

Mensen zeggen dat het went, je ermee om leert gaan, dat oefening kunst baart.
Dat laatste is waar.
Door vele herhalingen en steeds weer opnieuw proberen wandel je nu over de smalste richeltjes en de dunste koorden alsof het een stevig zandpad is. Je kunt rustig even stilstaan, sprongen maken, pirouettes draaien. Omdat je precies weet waar het zwaartepunt moet liggen om je evenwicht te bewaren.

Maar de afgrond blijft altijd, net zo diep, net zo gevaarlijk. Als je valt, val je te pletter. Er is geen gewenning die dat beter maakt, minder gevaarlijk, minder verwoestend. Geen oefening die zorgt dat je minder hard neerkomt. Niet op deze hoogte. En nooit nooit nooit is dat besef niet vooraan in je bewustzijn aanwezig. Ook al zijn de bewegingen die je maakt vertrouwd en heb je uitstekend leren compenseren voor misstappen. Ook al ken je het ritme waarmee de richels en koorden steeds van richting veranderen door en door. Toch is elke ademhaling nog steeds angst, een angst die elke keer opnieuw omarmd en beheerst moet worden als was het de allereerste keer. Omdat ze anders verlamt…

Lucht

Geluiden, geuren, herinneringen. Ze worden niet zozeer gedragen maar zijn er gewoon, overal. Om alles, in alles, door alles. Nu, toen, dan. Tijd, vorm, beweging heeft geen betekenis.

Er is een verlangen naar muziek uit de jaren waarin je volwassen identiteit vorm kreeg. Zware, ingewikkelde jaren waar je doorgaans liever niet teveel op terugkijkt. Ze zijn afgesloten, geen weg terug. Als een deel van het fundament opnieuw moet dan moet dat hier en nu, daar kan niet meer.
Maar het zijn ook de jaren waarin de laatste resten van het recht om iets te voelen dat echt van jezelf is werden weggerukt. Door de omstandigheden, door anderen, door jezelf. En er zijn zo veel reden waarom het van levensbelang is dat je die draad terugvindt en zorgvuldig oppakt.
Geluiden, geuren, wat in de lucht is brengt het water in beweging.