Voelen

Goed opgeborgen in een groot, zacht, warm lijf. Niet gevangen, lange tijd zaten ze verstopt en gevangen maar vandaag en morgen en de rest van ons bestaan zijn ze veilig, comfortabel. Zolang het lichaam groot en zacht is hebben ze de ruimte, is het niet erg dat ze stekelig zijn, bijten of slaan, dat ze soms zuur zijn en bitter, vaak leeg en wanhopig. Het is goed. Het is niet zoals het hoort maar het is goed. Ontspannen, rechte rug, diep ademhalen, ze zijn er en ze hoeven niet naar buiten. Naar buiten doet alleen maar pijn en van pijn is er al zo veel.
En als ik maar in mijn vriendelijke glimlach blijf geloven valt het ontbreken van levensvreugde eigenlijk niet eens op….

Tijd

Eens had ik een enigszins verhitte discussie met mijn vader over de tijd. Ik was prepuber en in die periode vond mijn vader het heel belangrijk om elke zondag met mijn zus en mij naar een kerk te gaan. Maakte niet uit welke, hoefde niet eens christelijk te zijn al sluit zondag natuurlijk wel een heleboel andere opties uit. Het precieze hoe en waarom daarvan is onbelangrijk en daar wilde ik het niet direct over hebben maar we hebben best een heleboel fascinerende religieuze bijeenkomsten gezien.
Wij hadden daar beiden helemaal geen zin in, maar we waren over het algemeen twee brave meisjes dus er was weinig drama. Behalve die ene keer, ik kan me niet eens herinneren wat de aanleiding van de discussie was maar ik zag niet in waarom we naar al die diensten moesten gaan als het voor ons toch niets betekende, en mijn vader voerde boos en (achteraf gezien, dat had ik toen maar half door) wanhopig aan dat zonder enige vorm van ceremonie de tijd maar gewoon voorbij gaat zonder dat het iets betekent. Een argument waar je als twaalfjarige echt heel weinig mee kunt omdat je het nog helemaal niet echt begrijpt.
Nu zijn we – afgezien van die ene fase – helemaal niet religieus opgevoed maar ik heb wel mijn hele schoolgaande tijd op een vrije school gezeten en religie is daar nogal een dingetje, jaarfeesten en overgangs rituelen zo mogelijk nog meer. Het zit een beetje in mijn lijf gebakken, de ceremonies en de archetypen.
Maar ik houd toch vooral van de plekken waar de tijd voorbij gaat zonder dat het iets anders betekent dan het verstrijken van de tijd.

Koel

Jouw koele hand als begroeting terloops tegen de naakte huid van mijn hals gelegd als je net thuis komt en ik in de keuken sta is het belangrijkste antwoord op vragen die ik niet eens kan formuleren. Veel meer dan twee stevige warme armen om me heen geeft die koelte mij grond onder de voeten, een bescheiden thuis in een wereld waar ik nooit helemaal thuis zal horen.

Koesteren

Dat we samen iets helemaal niet leuk, mooi, inspirerend of anderszins de moeite waard vinden voor ons maar dat we er toch vooral heel enthousiast over zijn omdat we zien wat voor moois anderen ermee kunnen.

Ik vind het fijn dat we dat delen.

Ze zeggen dat het goed is om zulke dingen vaker uit te spreken binnen een relatie. En dat doe ik ook wel. Af en toe. Maar je lijkt er niet zo veel om te geven, niet zoals ik. Geeft niet, ik koester het wel voor twee…

Verschillig

Af en toe heb ik de drang om hele harde, gemene, lelijke, wrede dingen over mezelf zeggen. Veel, luid, langdurig. Gebrek aan materiaal is er niet, zelfkennis bestaat voor minstens 80% uit inzicht in mijn eigen lelijkheid.
Wat ik natuurlijk eigenlijk wil is dat er dan iemand naast me staat die laat merken dat het ze wat uitmaakt, mijn pijn, en de enormiteit van die pijn. Dat iemand oprecht vooral schoonheid ziet ook als ze weten wat ik zelf zie.

Als ik voorzichtig een glimp van mijn zelfbeeld laat doorschemeren – want veel te fatsoenlijk om me volledig over te geven aan de destructieve drang – maakt het mensen wat uit. Maar dat is nooit wat ik ervan hoop. Het maakt mensen uit omdat het ongemakkelijk is, of confronterend, of omdat ze denken dat ik ze van nalatigheid beschuldig. Omdat het onredelijk is en weggeredeneerd kan worden en om zo veel andere redenen die vooral over henzelf gaan… Soms, heel soms, en heel even, maakt het iemand wat uit allen maar om mij, om mijn pijn. En daar weet ik me dan helemaal geen raad mee…

Slijtage

Soms raak ik een beetje extra verstrikt in mezelf, het leven, alles.
Wat overblijft zijn de werkelijk wezenlijke vragen zoals: waarom vallen er steeds gaten in de bovenkant van mijn sokken en blijven de zolen heel terwijl ik toch de hele tijd op sokken door het huis loop?

Afzonderlijk

Regen, zon, regenbogen. Glimlachende voorbijgangers, flarden van gesprekjes onderweg. Verkleurende bladeren, fietstochtjes tegen de wind in, paddestoelen. Gedeelde smart, gedeelde vreugde, kleine geschenken en grote gebaren… de wereld is zo onnoemelijk, onbegrijpelijk, allemachtig, hartverscheurend, grenzeloos mooi.  Alles. Iedereen.

Ik hoor hier niet thuis…

Twee maten

Voor de dierbare mensen in je leven wil je niet alleen de betrouwbare, stabiele factor zijn. Je wilt passie, verlangt (wanhopig, soms) een soort mystiek romantisch verhaal, je wilt meer dan gemoedelijkheid ook al kun je dat meer vaak niet benoemen. Je wilt niet vanzelfsprekend zijn maar bijzonder. Alles kunnen geven in het vertrouwen dat ze naast je blijven staan; ook als je aan diggelen op de grond ligt en jezelf even niet meer bij elkaar kunt rapen.
Maar van je kat houd je zo veel juist omdat hij je als zo vanzelfsprekend ervaart dat hij het verschil tussen de bank en jouw schoot gewoon vergeet op jacht naar een libelle.

Brief I

Lieve,

Als ik dan toch mijn monologen in de grote leegte die internet heet hervat dan is het ook hoog tijd dat ik jou weer eens schrijf. Al weet ik op het moment niet echt goed wat ik je zou willen vertellen. Er is al zo veel gezegd, en misschien is dit de keerzijde van onbeantwoorde brieven; ik blijf in mijn eigen cirkeltje ronddraaien. Maar ik houd van de dromerige melancholie die herinneringen aan jou losmaken, die mis ik in mijn dagelijks leven. Tegenwoordig is pijn gewoon pijn, verdriet gewoon verdriet, hard en scherp en peilloos diep. Tegelijkertijd verwoestender dan ooit, en eindeloos veel makkelijker om doorheen te leven. Ik ben rustig, vaak tamelijk tevreden en me op hetzelfde moment intens bewust van hoe ontroostbaar ongelukkig ik altijd ben.
Een kleine twee jaar geleden vond ik dat leven steeds makkelijker werd, naarmate ik ouder wordt. Dingen maken niet meer zo veel uit. Ik heb meer van mezelf leren accepteren. Inmiddels moet ik daar een paar kleine aantekeningen bij maken. Niet alles wordt makkelijker. Er is iets, reserves, een soort weerbaarheid die langzaam wegslijt. Het vermogen om de pijn te romantiseren verdwijnt en alhoewel dat klinkt als iets goeds maak ik me zo af en toe zorgen. Hoe lang tot ik bezwijk? Ik ontdek de laatste tijd steeds meer onherstelbare gaten in mijn eigen weerbaarheid, zoals eerder geschreven; verdriet is gewoon verdriet. Ik kan het geen zin, doel of oorzaak meer geven. Geen mooi verhaal.
Ik mis het verhaal.
Jij bent onlosmakelijk verbonden met de hoogtijdagen van mijn vermogen tot dat verhaal. Soms wil ik gewoon een beetje met je praten om een vleugje van dat gevoel, die veerkracht opnieuw te beleven. Maar je bent er niet.

Lieve J. het ga je goed.

L.